Broedvogels van Landgoed 'Huis te Vogelenzang'

Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP) Tellingen  2020-2022

'Samenwerkende Organisaties Vogelonderzoek Nederland' (Sovon)

Sovon is een non-profit organisatie (vereniging), die in Nederland het voorkomen en de ontwikkeling van Nederlandse vogels bijhoudt. Sovon's project activiteiten omvatten o.a.  verschillende vormen van landelijke vogeltellingen, en onderzoek ten behoeve van beheer, beleid en wetenschap.

Sovon's Broedvogel Monitoring Project (BMP) is gestart in 1984, en is thans het meest omvangrijke tellingproject.

Link: Sovon BMP 

BMP nominatie/registratie 2020

Sedert 2019 ben ik als vrijwilliger werkzaam bij de Amsterdamse Waterleiding Duinen (AWD) op het Vogel Ring Station 'VRS-AWDuinen'.
In de AWD worden al vanaf de project start in 1984 jaarlijkse BMP tellingen verricht in ruim een twintigtal plots (zie kaart linksonder). 
In 2019 kreeg ik het verzoek van een  collega VRS-AWD vrijwilliger, om voor één van deze plots (Nr 212, Eiland van Rolvers 2) de tellingen over te nemen. Dat was voor mij de aanleiding voor het idee, om als nieuw Sovon vrijwilliger ook BMP tellingen te gaan verrichten op het zo vogelrijke Landgoed 'Huis te Vogelenzang'.

Sovon biedt aan participerende vrijwilligers  de mogelijkheid om ook zelf-geselecteerde gebieden te nomineren voor BMP registratie.  Ik heb daarvoor in 2020 het grotendeels publiek toegankelijke parkbos  van het Landgoed geselecteerd en genomineerd als BMP gebied. Deze nominatie is door Sovon toegekend met verlening van BMP plot registratie Nr. 54623. De totale oppervlakte van het plot bedraagt 54 hectaren (zie kaart rechtsonder).

Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP)
Telgebieden (Plot Nrs)  in de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD). Markeringen in zwart.
Bron: Limosa 91 (2018), pp 108-121.
'Dertig jaar broedvogel monitoring in de Amsterdamse Waterleidingduinen' (van der Spek, Schaap & Ehrenburg)

Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP)
Telgebied 'Huis te Vogelenzang' (Plot Nr. 54623)
Inset in overzichtskaart links. Markering in rood
Bron: Sovon Website

Natura 2000

Al vele jaren geniet ik, als frequent bezoeker/wandelaar en enthousiast 'vogelaar', van het schitterend natuurschoon zowel in de AWD als op het Landgoed. En doe daarbij systematisch talrijke waarnemingen van vogels. Beiden zijn onderdeel van de 'Natura 2000' gebieden in Zuid Kennemerland. Daarmee heeft het verrichten van BMP tellingen een positieve meerwaarde, in de zin van een bijdrage aan het monitoren van de stand  en ontwikkeling van broedvogel populaties in beschermd 'Natura 2000' gebied.
BMP tellingen op het Landgoed vormen ook een waardevolle aanvulling op de BMP telgebieden in de AWD. Deze laatsten liggen allen in de de z.g.n. Jonge Duinen. Het Landgoed ligt in de binnenduinrand in het meest Westelijke deel van de z.g.n. 'Oude Duinen'. De vegetaties van de Jonge Duinen en Oude Duinen verschillen aanzienlijk. Meer open struweel en beperkt bos in de Jonge Duinen. Meer aaneengesloten hogeropgaand bos op de Oude Duinen gronden. Met deze grote verschillen in respectievelijke habitats, corresponderen logischerwijs aanzienlijke verschillen in de (broed)vogel biotopen en populaties. Een bijkomende factor is dat de sterke begrazing door damherten in de AWD op het Landgoed afwezig is. Op het Landgoed komen thans geen damherten (meer) voor. Uitsluitend een klein aantal reëen. Daardoor is op het Landgoed ook onderbegroeiing van lager struweel en bodemplanten beter ontwikkeld. Dit laatste verschaft verschillende kleine zangvogels een gunstige broed/nestel biotoop.

NB. De meerwaarde van BMP tellingen op het Landgoed wordt thans nog vergroot, door het feit dat er momenteel geen BMP tellingen meer worden verricht, elders langs de 'Oude Duinen' & Strandvlakten zone van Zuid Kennemerland. In de strandwal boszone van Woestduin, Leyduin en Vinkenduin liggen drie aaneengesloten BMP plots, maar deze staan op de Sovon (BMP) website actueel vermeld als onbezette plots (z.g.n. 'vacante gebieden').

BMP telling systematiek

Door de grootte van het telgebied van 54 hectaren vergen de tellingen aanzienlijke hoeveelheden tijd. Eén enkele telling duurt gewoonlijk vijf tot zes uren. De vroegste telling vindt plaats rond midden maart. De laatste telling rond midden juli. Het streven is om over het broedseizoen (maart t/m juli) minimaal zes tot bij voorkeur acht tellingen te verrichten, waaronder ten minste één avond telling. De avond telling is specifiek voor  waarnemingen van uilen, en van schemer-actieve vogels zoals de houtsnip.

Telling routes lopen via de begrenzende Vogelenzangseduinweg aan de Noordzijde, en langs de vrij toegankelijke wandelpaden die het parkbos doorsnijden. Ondanks deze toegangsbeperking bestrijken de tellingen nagenoeg het volledige gebied effectief. De tussen de paden gelegen delen zijn merendeels smal en overzichtelijk genoeg om deze op zicht (met verrekijker) en op gehoor te kunnen dekken. Niet gedekt zijn o.a. de direct omgevende erven rond het Landgoed huis en de belendende woningen/panden (niet toegankelijk privé terrein).

In het vroegere deel van het broedseizoen, voor de blad ontwikkeling, is het parkbos  open en overzichtelijk. In dat stadium zijn het merendeel van de tellingen gebaseerd op zicht waarnemingen. Vordering van de bladvorming in de loop van het verdere broedseizoen, beperkt in toenemende mate de directe zicht waarnemingen. In dat stadium worden de tellingen uiteindelijk merendeels gebaseerd op gehoor waarnemingen. Dit leidt er potentieel toe, dat in vooral de latere tellingen (juni, juli) de meest frequent en luidst zingende/roepende  soorten getalsmatig worden overgerepresenteerd, relatief t.o.v. de minder vocale soorten. Denk b.v. aan de uitbundig zingende zwartkop, nachtegaal en winterkoning t.o.v. de minder vaak en minder goed hoorbare soorten zoals de boomkruiper, de heggemus en de appelvink.
De blad ontwikkeling (zeer hoge bomen, dichte onderbegroeiing) beïnvloedt eveneens de waarneming broedcode allocatie. Zo wordt b.v. 'nestbouw' (broedcode 9) vroeger in het broedseizoen makkelijker waargenomen, dan 'transport voedsel of ontlasting' (broedcode 14) later in het seizoen.

Al met al een bijzondere charme van het Landgoed, die de zintuigen steeds weer spannend prikkelt en scherp houdt.

BMP telgegevens 2020-2022

Inmiddels zijn voor het landgoed BMP tellingen verricht over de jaren 2020-2022. Vooralsnog een initiële korte periode. Nog te kort voor een analyse van onderlinge jaarverschillen en dynamiek van populatie ontwikkelingen. Maar de gegevens geven al wel een betrouwbaar beeld van de broedvogel populatie in zijn totaliteit. De onderstaande lijst toont alle tot nu toe waargenomen vogels, onderverdeeld in 'zeker broedende' (Z), 'vermoedelijk broedende' (V) en 'onwaarschijnlijk/niet' broedende soorten (O/N)*.   De lijst toont voorts voor elke waargenomen soort de gealloceerde hoogste broedcode (HBC) en het door Sovon vastgestelde aantal territoria (TRT), o.b.v. de autoclustered telling gegevens. Voor 2020 liggen de aantallen waargenomen soorten en vastgestelde territoria lager dan voor 2021 en 2022. De reden daarvan is dat voor 2020 de gegevens zijn gebaseerd op slechts vier telrondes, i.p.v. de minimaal vereiste zes. Het was het eerste BMP (proef)jaar, voor zowel Landgoed als voor mijzelf als nieuw BMP-er. Voor een gedegen analyse zouden de 2020 telgegevens daarom dienen te worden weggelaten. Het aantal herleide territoria (29) ligt beduidend onder de aantallen voor 2021 (41) en 2022 (38). Maar qua soorten waarnemingen passen de 2020 gegevens goed in het totaalbeeld van de broedvogelpopulatie.

In dit verslag worden voorts soort populatie dichtheid en verspreiding toegelicht, en voor enkele soorten worden voor illustratie de door Sovon  gegenereerde autoclustered 'territorium kaarten' getoond.

NB. Om redenen van bescherming van meest kwetsbare en verstoringsgevoelige vogelsoorten, worden geen waarneming c.q. broedplaatsen weergegeven, en evenmin worden hun (mogelijk traceerbare) biotopen kenmerken vermeld. Dit betreft in het bijzonder bewezen broedende roofvogels (specifiek de sperwer), de ijsvogel en de groene specht.

Tabel - Landgoed 'Huis te Vogelenzang' - Overzicht van broedvogel telling waarnemingen en territoria (2020-2022)
Bron (numerieke gegevens): Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP), Plot Nr. 52643, 'Soortenlijst' jaartotalen

*NB: 'Zeker broedende' (Z), 'vermoedelijk broedende' (V) en 'onwaarschijnlijk/niet' broedende soorten (O/N)
            Persoonlijke interpretatie/onderverdeling 

Biotopen

Het parkbos telgebied bestaat hoofdzakelijk uit hoog opgaand bos van voornamelijk beuk, eik en esdoorn. Ingesloten liggen enkele open ruimten van akkers, weiden, en de moestuin en de vijver van het Landgoed huis. Het parkbos wordt doorsneden door enkele verdiept liggende smalle deels beek-achtig waterlopen. Die worden gevoed door afwatering en kwelwater uit de hoger gelegen AWD. Een cascade van een aantal kleine regelbare stuwtjes controleert de waterstand in deze waterlopen, en zorgt voor een constante trage doorstroming. De vegetatie in het zuidelijk deel van het Landgoed heeft een wat meer open karakter.  Het bestaat uit middelhoog en lager gevarieerd bos van  eiken hakhout, esdoorn, abeel, els, en meidoorn, met enkele tussengelegen open velden en stroken. Door meer lichtinval is hier meer vegetatie van lage struiken en planten, die in de loop van het broedseizoen plaatselijk uitgroeit tot dichte bodembedekkende onderbegroeiing.

Oud hout

Als er iets is dat het Landgoed kenmerkt en siert, dan is het dat prachtige majesteuze bos. Kolossale woudreuzen, stokoude eiken en beuken, 'schrijven' hier hun tot wel honderden jaren historie. Oud hout vol 'lidtekens', dat met buigen en barsten de tand des tijds heeft doorstaan. Dit oude hout maakt het Landgoed tot een geliefde biotoop van de (gevederde) hout specialisten. Van de spechten, de mezen, de boomklever, de boomkruiper, en niet te vergeten de holenduif. Volop hout-'inpandige' broedgelegenheid hier voor deze soorten. En ook aan  gevarieerd (insecten) voedsel is hier geen gebrek.

De grote bonte specht hoor en zie je overal op het Landgoed. Hun verdragende roffels klinken wijd en zijd in het vroege voorjaar. En het boeit altijd, om hun gejaagde baltsvluchten door de hoge boomkruinen te kunnen volgen, in het dan nog transparante ontluikende parkbos.

In 2022 vond ik vijf bezette nesten van grote spechten, waarvan er in elk geval vier en mogelijk allen uitgevlogen jongen opleverden. Een uitzonderlijk hoge broeddichtheid dus. Dat zijn dat er rond de tien per vierkante kilometer. Omgerekend naar de grootte van Sovon's standaard 'atlasblok' (5x5 km), is dat een dichtheid van 250 paren. Dat terwijl Sovon (Vogelatlas, 2018) voor de Veluwe vermeldt dat daar een "dichtheid tot 100 paren per atlasblok" geen uitzondering is.

Ook de verdragende welluidende roep van de groene specht is hier alle dagen te horen, en een enkele keer laat ook de kleine bonte specht zijn kenmerkende lange roffeltje klinken. Echt een spechten paradijsje dus, het Landgoed.

Voor de boomklever zijn de dichtheden er vergelijkbaar hoog. Geen wonder met die talrijke oude gaten van de grote bonte specht'. Die worden met wat vlot 'specie&metselwerk' tot de kleinere boomklever diameter getrimd. Dat typerende metselwerk van een paartje boomklevers  heb ik in 2020 prachtig kunnen bekijken (en fotograferen), net buiten het Landgoed aan de AWD kant van het scheidingshek.

De mezen (koolmees en pimpelmees voornamelijk) maken ook dankbaar gebruik van de ruim aanwezige gaten en spleten.
Het 'oude hout' is ook de preferente biotoop van de boomkruiper. Die nestelt en zoekt zijn voedsel in spleten, scheuren en achter schors.

Het is bekend dat de eik het moeilijk heeft in ons land. Kalende kruinen zijn vaak een voorbode, maar ook wijkend schors onderaan de stam is een veeg teken van een onvermijdelijk naderend einde. Het Landgoed ontkomt niet aan deze eiken kwaal. Helaas zie je hier ook nogal wat zieltogende eiken. Niet in het minst onder een aantal van de meest monumentale al eeuwen oude bomen. De familie Barnaart werkt hard aan vervanging door nieuwe vervangende aanplant. Maar dat kan niet verhelpen dat die karakteristieke 'oud hout' signatuur van het Landgoed gaandeweg haar meest imposante exponenten verliest. Vooral de wijkende schors biedt de houtspecialisten een voordeel. Plaatsen waar zij bij voorkeur en met extra gemak insecten en larven vinden. En de boomkruiper vindt er een ideale 'spleet' nestel gelegenheid.

Nestkaart

In 2022 heb ik een 'nestkaart' bijgehouden van 'op zicht' en 'op gehoor' gevonden nesten. Op zicht vooral vroeg in het broedseizoen tijdens de nestbouw fase voor de intense bladgroei. Op gehoor later in het seizoen met bedelend roepende jongen op het nest. Deze kaart wordt gedomineerd door dezelfde 'houtspecialisten', en door een aantal grotere soorten met visueel meer in het oog springende nesten.

Opvallend is daarom het ontbreken van nesten van de boomklever. In het broedseizoen 2021 vond ik meerdere bewoonde nesten, in een dichtheid die vergelijkbaar hoog is als die van de grote bonte specht.

NB. Om de eerder bovengenoemde reden van bescherming/afscherming, zijn op de onderstaande kaart de gevonden nesten van de sperwer, de ijsvogel en de groene specht weggelaten.

NB Voor de voorgaande broedseizoenen (2020, 2021) heb ik geen 'nestkaarten' bijgehouden

Huis te Vogelenzang; Nestkaart broedseizoen 2022
Legenda (soortnaam afkortingen): Grote bonte specht (GBS), Pimpelmees (PM), Vink (VNK), Boomkruiper (BKR), Winterkoning (WK), Zanglijster (ZNGL), Grote lijster (GRL), Gaai (G), Meerkoet (MRK), Knobbelzwaan (KZW)

Analyse en Toelichtingen

Dus wat is interessant om te concluderen en te vermelden o.b.v. de door Sovon autoclustered territoria data ?

Om maar met de deur in huis te vallen. De meest voorkomende broedvogel op het Landgoed, over deze drie-jaars periode,  is ..............?  
De Zwartkop.   Op de hielen gevolgd door ....De Winterkoning. Die blijken hier dus nog talrijker dan b.v. de roodborst, de koolmees, de pimpelmees, en de vink. Soorten die als typische z.g.n. 'tuinvogels' bij zo velen meer bekend zijn, en die gevoelsmatig dus als potentieel talrijker zouden worden ingeschat. Die laatsten soorten doen overigens niet of nauwelijks voor elkaar onder, voor het claimen van het 'brons' in de territorium aantallen.

De landelijke populatie grootte van de zwartkop (300-500K, Vogelatlas 2018, Sovon), is vergelijkbaar met die van de vink, en met die van de koolmees (375-625K). En die liggen iets boven die van de pimpelmees (250-400K)

Het totaal aantal zeker broedende en waarschijnlijk/vermoedelijk broedende vogelsoorten (tenminste één of meerdere/alle jaren), ligt rond de vierenveertig (44). Op de telronden over de drie jaren zijn in het totaal 69 vogelsoorten waargenomen, inclusief de 25 onwaarschijnlijk/niet broedende soorten (O/N). Prachtig aantallen die illustreren hoe vogelrijk het Landgoed is. Naast de goede kwaliteit en verscheidenheid van haar natuur, is dat zeker mede te danken aan de weldadige rust en de stabiliteit die het Landgoed kenmerken. Zeker een grote verdienste van de familie Barnaart en hun medewerkers en vrijwilligers, die het Landgoed al eeuwen lang in privé bezit hebben en zeer toegewijd en succesvol beheren. Zeker een uniek stuk natuurschoon, dat zijn beschermde 'Natura-2000' status meer dan verdiend waard is !

Sovon's analyse van de jaarlijkse BMP telling gegevens genereert verspreidingskaarten per vogelsoort. Voor die soorten waarvoor, binnen geschikt broedbiotoop, één of meerdere territorium-indicerende waarnemingen  zijn geregistreerd (broedcodes 1 t/m 16). Door z.g.n. 'autoclustering' worden waarnemingspunten en gealloceerde broedcodes herleid tot territoria

De onderstaande  verspreidingskaart illustreert, als voorbeeld, de waarnemingen en herleide territoria voor de zwartkop voor het broedseizoen 2022. De zwartkop is een melodieuze zanger, die de naam Huis te Vogelenzang bij uitstek eer aan doet.

Verspreidingskaart  Zwartkop

Broedseizoen 2022

Bron: Sovon: autoclustered data



Legenda

Kleur betekenis:
wit:             niet in territorium
groen:       gebruik voor territorium
rood:          territorium stip

                     Broedcode          Symbool

1                   individu                 rondje
3                  paar                         driehoek
2,4,5          zang/balts           vierkant

6-12,14      nest-indicatie     ruit
13, 15-16   nest                          ster

De zwartkop is te vinden, en in het bijzonder te horen, over nagenoeg het gehele Landgoed. Met uitzondering van de verspreid liggende grotere struikloze open ruimtes (weiden, akkers).  Opvallend is de afwezigheid in de wel beboste NW hoek.  Die bestaat uit hoogopgaand beukenbos zonder enige onderbegroeiing, en is daardoor dus een ongeschikte biotoop voor deze broedvogel van lage dichte begroeiing. Sovon (Vogelatlas, 2018) vermeldt een broedpaar dichtheid tot wel 70 paar per 100 hectaren. De autoclustered territorium aantallen van
36 ( 2021) en 50 (2022), zijn van min of meer gelijke orde grootte, voor de 54 hectaren oppervlakte van het Landgoed.

Kenmerkend is dat nagenoeg alle waarnemingspunten broedcodes 2,4,5 markeringen hebben (groen vierkant). Het betreft in overgrote meerderheid waarnemingen op gehoor van zingende mannetjes in dicht struikgewas. Het vinden van hun nesten, of zelfs het waarnemen van nest-indicerend gedrag is veel meer een uitzondering. Dat laatste is zeker frequenter mogelijk, maar vergt dan gericht posten op een zanglocatie.  Dan is veelal zeer tijdsintensief, en dus ondoenlijk als systematische waarneming routine, binnen de al aanzienlijke vereiste tijdsduur van een tellingronde (5-6 uren).  Daarbij komt nog, dat er onder de zingende mannetjes er altijd een aanzienlijk aantal ongepaard zullen zijn. Posten is daarom allesbehalve verzekerd van (nestvondst) succes.

Biotoop localiteit

Voor sommige soorten zijn de territoria verspreidingen veel meer lokaal, en duidelijk preferent plaats/biotoop gebonden. Dat tonen de onderstaande twee verspreidingskaarten voor twee andere melodieuze kleine zangers. De tuinfluiter en de nachtegaal.

Verspreidingskaart  Tuinfluiter
Broedseizoen 2022
Bron: Sovon: autoclustered data

Verspreidingskaart  Nachtegaal
Broedseizoen 2022
Bron: Sovon: autoclustered data

De preferente biotoop van beide soorten, dicht struweel van lage struiken en bodemplanten, verschilt niet wezenlijk van die van de zwartkop. Toch blijken de territoria van zowel de tuinfluiter als van de nachtegaal duidelijk preferent biotoop/plaats gebonden. Het overgrote merendeel van de waarnemingen concentreert zich in een relatief klein gebied in het meest zuidelijke deel van het Landgoed.

Op de vraag wat deze plaats voor die twee zo aantrekkelijk maakt, lijkt een (plausibel) antwoord mogelijk. Dat heeft betrekking op de combinatie van geschikte biotoop en .........voedsel (insecten). Hier bevindt zich een depot van gerooid dood hout en gesnoeide takken. Gestort in een paar meters hoge en tientallen meters lange wallen. Zonder twijfel bevindt zich hierin de grootste verzameling van insecten en larven op het gehele Landgoed. Liefde gaat nu eenmaal primair ....door de maag, zogezegd.

Een uitgelezen plaats dus voor diegenen, die de drie 'tenoren' eens zij-aan-zij zingend willen beluisteren. Een melodieus feest in drievoud.
En natuurlijk een leuke uitdaging om de eigen kunde van waarneming op gehoor (en op zicht) eens te testen en te trainen. Die bladloze houtstapel van formaat, is bij uitstek de plaats om ze van dichtbij te kunnen zien en horen zingen. Maar ga niet te vroeg in het broedseizoen, want de tuinfluiter arriveert als laatste van de drie pas in de loop van mei.

Dit is overigens ook de enige plaats op landgoed waar ik tot nu toe de heggenmus, met opmerkelijke trefzekerheid, heb waargenomen. Gebonden aan één en hetzelfde enkele territorium in alle drie jaren (2020-2022).

Pareltjes

Het voert te ver om in dit verslag alle, of zelfs maar de meeste vogelsoorten, nader te belichten. Voor het meest boeiende selecteer ik enkele 'pareltjes' van mijn BMP waarnemingen in deze eerste drie jaren. Pareltjes omdat het vogelsoorten betreft die mijn vogelaars hart flink sneller lieten kloppen. Al dan niet met zo nu en dan ook ingehouden adem. Broedvogels, ouders en jongen, op en bij hun nesten, die ik in aparte fotoshoots van vaak meerdere dagen onder camouflagenet dekking heb kunnen observeren en fotograferen.

Die 'pareltjes' staan onder beknopt beschreven.

NB. Voor geïnteresseerden !    -   De vermelde respectievelijke links verwijzen naar de  uitgebreide fotoshoot verslagen ('Tails & Tales') op mijn website (www.laedgeimages.com)

Sperwers (Accipiter nisus)  


Link:  Sperwer 'Tail & Tale' (www.laedgeimages.com)
NB: Deze link is password restricted.   Toegang wordt uitsluitend verleend op verzoek (Email: hans@lamoen.com)

Ik start met de sperwer, omdat deze in alle drie jaren (2020-2022) op het Landgoed heeft gebroed. En zelfs ook vrijwel zeker in jaren daarvoor. Een zeer Landgoed-trouw sperwer paar dus. Ik heb niet kunnen bepalen wie van de twee (vrouw of man) de constante trouwe partij is. Ik vermoed de vrouw, maar wie weet is het zelfs steeds één en hetzelfde paar. 

De eerste indicatie voor de aanwezigheid van broedende sperwers op het Landgoed kreeg ik eind juli 2018. Toen dook er even een juveniele sperwer op tijdens een fotoshoot van ijsvogels. Pas in 2020 werd die indicatie een stuk concreter toen ik, wederom tijdens een ijsvogel fotoshoot, op dezelfde plaats voordurend de duidelijke bedelende roep van een jonge sperwer kon horen. Bij inspectie na de shoot wist ik met enig zoeken het inmiddels al verlaten mooi verscholen hangende nest te vinden. Enkele dagen later had ik het bijzondere geluk om deze bedelaar van nabij vanuit dekking te kunnen fotograferen (foto onder).

Een jonge sperwer, een z.g.n. 'takkeling', verraste mij volkomen door plotseling neer te strijken op deze uitstekende wortelstronk, op minder dan tien meter afstand van mij en mijn camera (zittend in dekking). Een fantastische bonus observatie en foto.

Huis te Vogelenzang, 15/8/2020

2021

Ook in het broedseizoen 2021 waren de sperwers weer present. Zij brachten toen vier jongen groot, waaraan ik toen een gerichte meerdaagse fotoshoot heb besteed. Met prachtig resultaat van vooral boeiende observaties en een aantal mooie fotos (onder).

Helaas ging hun nest later in het jaar verloren, door verwaaiing in een paar zware najaar en winter stormen.

Vrouw sperwer voert haar jongen met een onbekende (niet zichtbare) prooi, die zij even daarvoor op het nest bracht.

Landgoed 'Huis te Vogelenzang', 1/8/2021

Vrouw sperwer is zojuist met prooi op het nest teruggekeerd, en spiedt met priemende ogen in mijn richting, terwijl ik bewegingloos toekijk uit gecamoufleerde dekking op +/- 15 m afstand

Landgoed 'Huis te Vogelenzang', 7/8/2021

2022

De prangende vraag was dus of zij toch ook in 2022 weer opnieuw present zouden zijn, en een nieuw nest zouden maken. Dat gebeurde  tot mijn vreugde inderdaad. Een prachtig fors nest, maar enkele meters verwijderd van het vorige. Maar dit jaar vlogen er helaas geen jongen uit. In midden juni waren er donsjongen op het nest zichtbaar. Ik slaagde er met veel moeite in, om vrouw sperwer en één (mogelijk twee) donsjong(en) op het nest te fotograferen. Direct zicht op het nieuwe nest is uiterst beperkt door voorhangende dichte takken, zonder een geschikte zichtlijn voor fotograferen. Met de foto onder als enig min of meer geslaagd 'in het oog springend' resultaat.

Dus wat ging er mis? Het nest ziet er, voor zover zichtbaar, nog steeds onbeschadigd uit. Het is moeilijk te zeggen, maar meest voor de hand liggend lijkt mij mogelijke predatie van de jongen op het nest. Door een havik ?, door een boommarter?. Beiden heb ik op het landgoed gezien. De havik zo nu en dan. De boommarter maar één keer, een aantal jaren geleden. Feit is, dat begin juli de sperwers plotseling spoorloos waren verdwenen. Geen takkelingen zoals het jaar ervoor. Ook geen oudervogels meer in de nest omgeving. Maar ook geen sporen van mogelijke predatie resten (sperwer dons/veren), noch zichtbare op de nestrand, noch op de grond onder het nest.

Ik hoop zeer dat de sperwers toch ook volgend broedseizoen weer op de BMP lijst als broedpaar kunnen worden bijgeschreven. Daar kijk ik in elk geval nu met extra veel spanning weer naar uit.

Vrouw sperwer en twee donsjongen op het nieuwgebouwde nest

Landgoed 'Huis te Vogelenzang', 21/6/2021

Groene spechten (Picus viridis)


Link:  Groene specht 'Tail & Tale' (www.laedgeimages.com)

Als er één vogel is die ik bij uitstek associeer met het weelderig groen van het Landgoed, dan is het wel de groene specht. Als ware het een tweede klok van het Landhuis, klinkt de verdragende welluidende roep van de 'groene' onmiskenbaar tot ver buiten het parkbos.
Horen is één, maar de 'groene' ook zien is al flink lastiger. Het vinden van hun nest spant echter absoluut de kroon, en blijkt in de praktijk altijd een uitdaging. Veel lastiger dan je zou verwachten, voor die toch redelijk forse en 'eye-catching' helder groen+rood gekleurde 'groene'.

De aanhouder wint, en al op mijn eerste BMP 2021 telronde in maart, doe ik territorium-indicerende waarnemingen van de 'groenen' op twee verschillende plaatsen. Twee forse nestholtes op flinke hoogte. Eén in een eik en de andere in een abeel. Pas op 7 juni zie ik bevestigd, dat het nest in de eik daadwerkelijk bewoond is. Op dat moment voeren zowel man als vrouw specht bij toerbeurt hun al forse jongen in de nestopening.

De daaropvolgende uitgebreide fotoshoots op 8,9 en 10 juni leveren prachtige beelden en herinneringen op.

NB. Later die zomer neemt een volk honingbijen bezit van de lege nestholte. Dat er overigens (in aug/2022) nog steeds  zit.
NB. De tweede nestholte in de abeel bleef in 2021 uiteindelijk zonder nestactiviteit. En inmiddels ook al een bijen-bovenwoning (met uitzicht) !

Het paar groene spechten hangen, getweëen zij-aan-zij, bij de nestopening. Vrouw 'groene' voert een jong, dat de snavel net uit de opening steekt. Man specht wacht stil hangend zijn voerbeurt af.

Landgoed 'Huis te Vogelenzang', 8/6/2021

Vrouw 'groene' voert een jong (vrouw) miereneieren, hangend in mooi getemperd licht voor een fraaie foto.

Landgoed 'Huis te Vogelenzang', 10/6/2021

De autoclustered data (2022) tonen naast de twee bovengenoemde nestholtes nog 11 andere plaatsen met territorium-indicerende waarnemingen (zang/roep). Het aantal voorkomende (broed)paren schat ik zelf op mogelijk twee en maximaal drie.

De 'groenen' hebben een grote actieradius. Niet in de laatste plaats, omdat hun preferente voedsel (mieren eieren/poppen) niet in hoge concentraties aanwezig is/lijkt. Dat wordt vermoedelijk op mogelijk ver uiteenliggende plaatsen verzameld over het gehele Landgoed, en ook tot in de aangrenzende Amsterdamse Waterleidingduinen, en in de open weiden aan de Oost zijde van het Landgoed. Merendeels gebaseerd op hun niet te missen verdragende zang/roep, leidt de autoclustering van de waarnemingen duidelijk tot een overschat aantal territoria. Mijns inziens kan het Landgoed in zijn geheel worden opgevat als een territorium van één of meerdere paar/paren groene spechten. D.w.z. volledig overlappende territoria, in het geval van meerdere op het Landgoed nestelende broedparen.

2022

Ook in het afgelopen broedseizoen (2022) gingen de 'groenen' wederom hoopgevend van start. Bij beide nestholtes (eik en abeel) was er al vroeg in het seizoen activiteit. Regelmatig bezoek, en in de abeel nestholte ook nestbouw (uithakken/schoonmaak). Toch bleef het seizoen uiteindelijk toch nestloos voor zover ik heb kunnen vaststellen. Een salliant aspect is dat beide nestholtes door honingbij volken in beslag werden genomen, niet na maar al in de loop van het broedseizoen. Geduchte stekelige concurrentie dus op de woningmarkt van de 'groenen'. Volgend jaar hopelijk dus maar weer een herkansing.

IJsvogels (Alcedo atthis)


Link:  IJsvogel 'Tail & Tale'  (www.laedgeimages.com)

IJsvogels zijn met enige regelmaat te vinden langs de smalle waterlopen op het Landgoed, en langs waterlopen in de aangrenzende jonge duinen (AWD) en de Vogelenzangse weiden. Al in 2018 en 2019 maakte ik een paar uitgebreide fotoshoots van paren ijsvogels en hun jongen. Paren die waarschijnlijk hadden genesteld, ergens in de nabije omgeving van het Landgoed. Het zoeken en vinden van nestplaatsen van ijsvogels langs/nabij de waterlopen blijkt vaak lastiger dan gedacht/gehoopt. Het vergt posten en observeren van hun vliegbewegingen op kansrijke plaatsen. Steile oeverwallen en ook ontwortelde grote bomen hebben een hoge ijsvogel potentie.

2020

Toch was ook simpel geluk mijn deel in 2020, toen ik bij toeval een bewoond ijsvogel nest ontdekte. Al laat in het broedseizoen (midden juli) zag ik oudervogels een paar uitgevlogen jongen voeren. Tijdens een fotoshoot van ijsvogels in volgende dagen, observeerde ik geruime tijd vliegbewegingen en, tot mijn verbazing en vreugde, ontdekte ik zodoende een bezet nest, dat werd bezocht door een voerende oudervogel. Ik nam aan dat dit een laat tweede legsel moest zijn. Het lag perfect verscholen in een (inmiddels verwijderde) wortelwand. Een restant van een grote omgewaaide boom. Heb toen direct een goed gecamoufleerde plek ingericht op de tegenoverliggende oever. Zo laag mogelijk zittend op een paar afgezaagde eikenstammetjes, met de voeten gelaarsd in het water. En met een fotovriendelijke extra zitplaats voor de af en aan vliegende ijsvogels, geplaatst in de waterloop direct voor mij.

Het waren boeiende gespannen uren die ik daar in dekking zat. En mijn geduld werd meer dan beloond. Met de ijsvogels op slechts meters afstand vliegend, zittend en badend. En het leverde mij ook nog die bovengenoemde onvergetelijke 'oog-in-oog' ontmoeting met die jonge sperwer op.  Wat een schoonheid, wat een beleving en herinneringen voor het leven!

Met een camouflagenet over camera en statief (en mijzelf), heb ik even tevoren een fraai plaatje geschoten van badende man ijsvogel (in zoekerbeeld).

Landgoed 'Huis te Vogelenzang', 17/7/2020

Man ijsvogel loert met een priemende blik naar prooi in het water onder de door mij voorziene extra (riante) zitplaats tegenover zijn nest.

Landgoed 'Huis te Vogelenzang', 14/8/2020

2021

Hoopvol zag ik uit naar een reprise van de nestelende ijsvogels in 2021.  En de voortekenen leken uitstekend op mijn eerste 2021 BMP ronde in maart. Ik spotte een paartje ijsvogels, bezig met nestbouw in een oeverwand. Niet ver van de 2020 nestplaats waar de wortelwand in het vorig najaar was verwijderd. Midden april waren ze daar nog zeer actief, maar dagen erna was het onverwacht stil, en stil bleef het ook daarna. Na nog enkele malen vruchteloos posten, was het duidelijk dat deze nestelpoging was afgebroken. Mislukt om onduidelijke reden. IJsvogels zag ik nergens meer. Niet op mijn verdere BMP rondes, en ook niet nog later in het jaar.

2022

En hoe bizar kan het zijn. In broedseizoen 2022 ging deze mislukking, 'carbon copy' zogezegd, op herhaling. Zelfde oeverwand, en zelfs zelfde nestgang. In de eerste twee maart BMP rondes zag ik weer nestbouw en regelmatig nestgang bezoek. Maar ook nu viel alles weer stil. Met het verschil dat ik op deze plaats nog wel ijsvogels zag op mijn verdere BMP rondes in april, mei en juni. Maar alleen lagere broedcodes waarnemingen.

Het blijft gissen naar een mogelijke oorzaak van deze mislukkingen. Hebben ze misschien toch uiteindelijk elders gebroed, (even) buiten het Landgoed parkbos. Dan had ik verwacht later toch wel ergens jonge vogels te zien. Of was het natuurlijke verstoring of zelfs predatie. Door ratten wellicht. De opening van deze nestgang zit betrekkelijk laag (30 cm) boven het water. Maar noch ratten noch ratten gaten heb ik tot nu toe ergens langs deze waterloop gezien.

Op naar (BMP) 2023, en maar weer en hopen op betere (ijsvogel) tijden.

Staartmezen  (Aegithalos caudatus)


Link:  Staartmees 'Tail & Tale'  (www.laedgeimages.com)

Staartmezen zag ik in alle drie de broedseizoenen (2020-2022), zij het maar in enkele van mijn BMP telling rondes.
Tijdens mijn derde 2021 BMP ronde op 28 april tijdens een korte ontbijt pauze vloog er een groene specht over. Die landde even verderop op de stam van een forse abeel, en verdween uit zicht aan de achterzijde. Na het boterhammetje nam ik nieuwsgierig een kijkje of daar misschien een nestgat zat.  Er zat er helaas geen. Maar daar nog staande, zag ik een staartmees wegvliegen uit een dichte bundel dunne taken lager op de abeel stam. En nog geen minuut later vloog er weer één terug die bundel in. Eén blik met de verrekijker maakte het duidelijk. Ik keek naar een prachtig nest. Geheel uit mos gemaakt in een ovale vorm, die wat weg heeft van een full-sized rugby ball.
Dat deed mijn vogelaars hart sneller kloppen. Een boeiende primeur, mijn allereerste staartmezennest.

Nog diezelfde middag na de BMP ronde was ik er al weer terug voor een eerste fotoshoot. Het ijzer smedend als het heet is zogezegd. Gevolgd door nog drie fotoshoots (mei 1, 2 en 5). Het werd wederom zo'n onvergetelijk serie boeiende observaties en fotos, gemaakt vanuit dekking (camouflage net).

De beide oudervogels voeren hun jongen in hoog tempo snavels vol met allerlei insecten en zo nu en dan een rups. Hier is een rups even de dans van consumptie ontsprongen. Gevallen 'tussen wal en schip',  bungelt deze op een takje tussen ouder en jongen. Om seconden later alsnog in één van de hongerig gesperde bekjes te worden geduwd.

Landgoed 'Huis te Vogelenzang', 5/5/2021

In de flexibele ('stretch') nest opening verdringen zich drie van de jongen voor hun voorbeurt bij de weer aanvliegende oudervogel (aanvliegend net buiten fotobeeld, onder).

Landgoed 'Huis te Vogelenzang', 5/5/2021

De oudervogels en jongen zag ik na het uitvliegen nog twee maal terug op mijn BMP telrondes van 13 mei en 2 juni. Als hechte familie samen foeragerend niet ver van de plaats van het nest. Rendez vous momenten met een glimlach, met een gouden randje !

Grote lijsters (Turdus viscivorus)


Link:  Grote lijster (www.laedgeimages.com)

Je hoort zo al zo vroeg in het jaar. De winter is nog nauwelijks (of niet) uit de lucht en hun roep is al te horen. Die korte maar luide strofen vanuit die verre hoge boomtop. De vroege voorbode van het naderende voorjaar.

De grote lijsters laten er geen gras over groeien. Ver voor er al maar het prilste voorjaarsblad uitloopt, is hun broedseizoen al onderweg.
In broedseizoen 2021 hoorde ik ze op het landgoed op twee BMP telrondes in mei en in juni. Beide keren in de buurt van de prachtige oude duinboerderij ('1771' voor de ingewijden). Maar mooier dan een baltsroep op afstand werd het niet. De drie territoria in de auto-clustered 2021 totalen lijken een max, en wellicht was het er eigenlijk maar één. Die 'GL-mannen' willen nog wel eens een aardig stukje vliegen naar een volgende hoge zangpost

2022

Zoals gezegd, zijn in het nog bladloze vroege broedseizoen het merendeel van de BMP waarnemingen op zicht, en in mindere mate op gehoor. Zo 'oogste' ik in de twee maart BMP telrondes al gelijk op zicht een grote lijster. En een tweede deed mijn hart sneller kloppen. Vliegend met nest materiaal. Direct posten dus, en wachten op een volgende bouw shuttle ........richting nest. Die kwam betrekkelijk snel, en volgend met de verrekijker kwam het eindpunt zowaar in beeld. Tien + meter hoog in een grote beuk op een kale massieve zijtak, was het nest in aanbouw. Ook nu weer een primeur, mijn eerste grote lijsternest ooit. Wat mij direct verbaasde, is hoe kwetsbaar die nestplaats is, daar volledig onbeschut in open zicht.  Denk direct aan het risico van latere predatie van de eieren en vooral van de jongen. Een hoogte waarop gaaien, kraaien, eksters en roofvogels ook opereren.

Op de BMP telronde van 14 april bewees de verrekijker goede dienst. Afstand houden is bij grote lijsters een noodzaak want ze zijn bepaald schuw. Zeker in vergelijk met de andere vertrouwde lijstersoorten (merel en zanglijster). Er zijn dan inmiddels jongen die worden gevoerd worden.

Tijd dus voor een eerste fotoshoot later in de middag. Mijn fotografisch zicht was helaas een stuk minder 'open'. De grote hoogte vereist veel afstand voor een zichtlijn onder een acceptabele toch nog steile hoek. Door het ontbreken van enige onderbegroeiing (struiken) is het camouflagenet mijn enige dekking optie. Drie jongen zijn zichtbaar. Hun oranje snavels priemen puntig boven de nestrand uit.


Het nest van de grote lijster ligt 10+ m hoog op een kale zijtak van een massieve beuk. De beide oudervogels voeren de drie jongen met hoge frequentie

Landgoed 'Huis te Vogelenzang', 14/4/2022

Uiteindelijk vliegen er twee jongen uit

Landgoed 'Huis te Vogelenzang', 20/4/2022

Twee van de drie jongen lijken de eindstreep van uitvliegen te hebben gehaald. Het lot van de derde is onduidelijk. Wellicht is die zoals bovengenoemd het slachtoffer geworden van predatie. 

Afsluiting

Al met al waren deze drie eerste 'BMP' broedseizoenen op het Landgoed 'Huis te Vogelenzang' bijzonder boeiend en leerzaam.
De resultaten bevestigen dat het gebied een gezonde soortenrijke broedvogel populatie heeft, met voor meerdere soorten hoge populatie dichtheden. Gelet op de al genoemde stabiliteit van de gevarieerde biotopen op het Landgoed, is mijn verwachting dat dit initiële beeld van populaties ook  representatief zal blijken voor de komende paar jaren. Natuurlijk hoop ik dat er aan de BMP-totalen lijst, die nu al 44 zeker en waarschijnlijk broedende soorten telt, in komende jaren nog verschillende nieuwe soorten zullen worden toegevoegd. Welke soorten dat zouden kunnen zijn is natuurlijk een boeiende vraag. Vermoedens heb ik wel maar wensen zeker niet. Elke nieuwe soort is wat mij betreft even boeiend. Ook één, die mijn vogelaars hart misschien niet onmiddellijk sneller doet kloppen. Naar zeldzaamheden zoek ik nooit specifiek. Zeldzaam is mooi, maar het zeldzaam mooie boeit mij veel meer. De bovenstaande pareltjes laten zien hoe zeldzaam mooi ook het vertrouwde 'algemene' kan zijn. En het zijn beslist niet alleen de vogels die mij hier elk jaar vele (honderden !) kilometers en uren doen genieten. Het Landgoed herbergt vele groeiende en bloeiende 'pareltjes', voor wie zijn ogen, oren, en neus er de kost geeft. Het voelt voor mij als  een waar voorrecht, om daarvan het kleurrijke deel van de (broed)vogels, op deze (BMP) wijze voor het voetlicht te kunnen brengen.

Ik hoop in blijvende goede gezondheid over drie jaar andermaal de BMP balans op te kunnen maken van de broedvogel stand.
En de familie Barnaart wens ik alle succes, in het beheren en behouden van dit unieke stuk natuurschoon. En natuurlijk met dank aan Sovon voor hun BMP organisatie, en voor het genereren van de hierin weergegeven autoclustered telling en territorium data.

Using Format